Over het Glaspaleis
Straatbeeld Heerlen en vroeg functionalisme
In de jaren twintig moet zorgvuldig zijn nagedacht over de architectenkeuze en de architectonische eisen die aan een beoogde nieuwbouw gesteld moesten worden. Het straatbeeld in die tijd was namelijk als volgt:Op de staalkaart van gangbare bouwstijlen nemen de Amsterdamse School en het expressionisme een invloedrijke plaats in. Het marktplein van Heerlen wordt gekenmerkt door baksteen. Horizontaal lopen dorpels en borstweringen door terwijl verticale lisenen zijn aangebracht met verwijzingen naar Ionische zuilen. Naast het Glaspaleis ligt het gebouw Vroom en Dreesman uit 1920. Dit gemetselde pand draagt bij aan de beeldvorming vóór het Glaspaleis, zeker als men de gerealiseerde twee lagen in gedachte ophoogt tot vijf.
Vanaf eind jaren ’20 maakt een aantal architecten zich los van deze stijl van bouwen. In 1931 bouwt Le Corbusier bij Parijs de Villa Savoye. Hij maakt een strak blok met kolommen ‘los van de grond’, kiest voor een vrij indeelbare plattegrond, een gevelindeling vrij van de erachter gelegen vertrekken en ontwerpt een dakterras. Licht en lucht zijn belangrijke thema’s.
In datzelfde jaar bouwt Dirk Roosenburg het hoofdkantoor van de Oranje Nassau-mijnen in Heerlen. Dit gebouw heeft een doosachtige hoofdvorm, recht toe recht aan, met een plat dak, moderne materialen, en een opvallend hoektorentje. Eveneens in dat jaar bouwde Peutz in Heerlen het Huis op de Linde en de ulo Sint Pancratius. Een jaar later volgde het Retraitehuis.
Al deze monumenten zijn mooi gerestaureerde voorbeelden van vroeg functionalisme in de Nederlandse architectuurgeschiedenis.
| < terug naar vorige pagina |


Share